Verklarende woordenlijst

Printvriendelijke pagina

A

  • Aanbodsessie: een cursus moet minstens één aanbodsessie hebben. Een aanbodsessie definieert op welke manier en tijdens welke periode in het academiejaar een cursus aan de student wordt aangeboden. Zo kan er bij de cursus "Wiskunde" bijvoorbeeld een aanbodsessie horen die bepaalt dat ‘Wiskunde’ vanaf academiejaar 2014-2015 tot 2015-2016 in het eerste semester wordt aangeboden, in het Nederlands en onder de vorm van een aantal hoorcolleges. Bij dezelfde cursus "Wiskunde" kan een tweede aanbodsessie horen die inhoudt dat de cursus tijdens diezelfde academiejaren ook in het tweede semester wordt aangeboden en ditmaal ook met een aantal werkcolleges. Iedere aanbodsessie krijgt een unieke letter: A, B, C, … Doorgaans hebben de meeste cursussen wel slechts één aanbodsessie.
  • Afstudeerrichting: een opleiding kan meerdere afstudeerrichtingen bevatten, elk geeft aanleiding tot een verschillend diploma behorend bij de betreffende opleiding.
  • Asterisk: benaming voor het *-teken

B

  • Browser: de software die u gebruikt om te surfen op het internet. De meest gekende browsers zijn: Internet Explorer, Firefox, Opera, Netscape, Safari. Het ICT&O team raadt Firefox aan.
  • Breadcrumbs of Broodkruimels: geven de hiërarchie aan en een pad om terug te keren naar de "Mijn cursussen" pagina

C

  • CAS: het centraal authenticatiesysteem waarmee u tegelijkertijd ook op enkele andere centrale toepassingen ingelogd bent.
  • Contract: een student kan twee soorten contracten afsluiten: een "contract met het oog op het behalen van een diploma" of een "contract met het oog op het halen van creditbewijzen". Een contract is steeds verbonden met een opleiding of pseudo-opleiding ("afzonderlijke opleidingsonderdelen").
  • Cursus: basisbouwstenen van het studieaanbod. Een cursus is één stel samenhorende onderwijs- en evaluatieactiviteiten. Een cursus heeft zelf geen relatie met een opleidingsprogramma maar wordt in een opleidingsprogramma opgenomen via een opleidingsonderdeel. Een cursus heeft een unieke cursuscode: faculteitsletter + volgnummer (6 cijfers). Volgende gegevens zijn verbonden met een cursus:
    • een studiefiche
    • een lijst met personen (onderwijsopdracht) die instaan voor het aanbod
    • één of meerdere aanbodsessies
    • één of meerdere opleidingsonderdelen.
  • Curriculum: lijst van didactische activiteiten waaraan de student deelgenomen heeft (of werd vrijgesteld). Er zijn verschillende soorten: inschrijvingscurriculum (verzameling horend bij één specifieke inschrijving) of een academiejaarcurriculum (horend bij één of meerdere inschrijvingen). Naast de eigenlijke opleidingsonderdeelopnames kunnen ook EVK’s, EVC’s en EVO’s opgenomen zijn.

D

  • Dokeos: het cursusbeheersysteem van Minerva is gebaseerd op Dokeos. Het ICTO team heeft aanzienlijke bijdragen geleverd aan de standaard Dokeos en Minerva ook zelf uitgebreid met nieuwe functionaliteiten en verbeteringen.

E

F

  • Forum

G

  • Geregistreerde student: deze studenten zijn niet ingeschreven maar hebben wel een overeenkomst, bv. voor het volgen van opleidingsonderdelen in kader van gezamenlijke opleidingen (interuniversitaire samenwerkingen of samenwerkingen met hogescholen: gaststudenten) of uitwisseling (internationaal programma voor studentenuitwisseling zoals Erasmus: uitwisselingstudenten).
  • GIF: bestandsformaat voor afbeeldingen. Afkorting van Graphical Interchange Format
  • GPL: Dit is de licentie waaronder een hele hoop Vrije Software pakketten verdeeld worden. Minerva maakt voor het cursusbeheersysteem gebruik van Dokeos dat onder de GPL licentie aangeboden wordt.

H

  • HTML: Afkorting van HyperText Markup Language. De gestandaardiseerde taal om webpagina's te schrijven. Om HTML te leren kunt u de Basiscursus HTML volgen op deze site

I

  • Ingeschreven student of reguliere student: deze studenten hebben een toetredingsovereenkomst met daaraan verbonden één of meerdere contracten en hebben zich op één of meerdere van die contracten ingeschreven.

J

  • JPEG of JPG: bestandsformaat voor afbeeldingen

K

L

M

  • Modeltraject: standaard studietraject van een opleiding, kan voltijds of deeltijds zijn. Een voltijds modeltraject komt grotendeels overeen met het oude begrip ‘studiejaar’: een MT-jaar, bijv. MT1 in een Ba-opleiding komt overeen met het oude 1e Ba. Andere trajecten zijn geïndividualiseerde trajecten: GIT.
  • Modules: een opleidingsprogramma bestaat uit 1 of meerdere modules. Een module bevat een (mogelijk lege) lijst van opleidingsonderdelen en een (mogelijk lege) lijst van onderliggende modules. Modules komen voor in drie soorten:
    1. hoofdmodules
    2. interne modules (in één programma gebruikt)
    3. gedeelde modules (gedeeld tussen meerdere programma’s, bv. lijst met keuzevakken of minor).
  • MySQL: Vrije Software database

N

O

  • Onderwijsopdracht: koppeling tussen lesgever (verantwoordelijke lesgevers en medelesgevers) en een cursus. Onderwijsopdrachten kunnen per academiejaar veranderen en bestaan in twee soorten: collectieve (groepen van studenten) en individuele (masterproef, stage, …).
  • Opleiding: structurerende eenheid van het HO-aanbod, leidt tot het behalen van een diploma.
  • Opleidingsonderdeel: concrete opname van een cursus in een module van een opleidingsprogramma. Deze opname moet zowel cursus als één of meerdere aanbodsessies vermelden (meerdere bv. voor het opsplitsen van grote groepen of voor kleine varianten in verschillende opleidingsprogramma’s) en specificeert eventueel in welke modeltrajectjaren dit gebeurt.
  • Opleidingsonderdeelopname: opname van een opleidingsonderdeel waaraan op het moment van het curriculum wordt deelgenomen door een student. Er bestaan 3 soorten opleidingsonderdeelopnames: gewone (opname van een collectief aangeboden opleidingsonderdeel uit het eigen opleidingsprogramma), individuele (opname van een individueel begeleid opleidingsonderdeel zoals masterproef) of vreemde (opname uit een ander opleidingsprogramma). De opleidingsonderdeelopnames bevatten informatie zoals de unieke curriculumcode (identificatie van het opleidingsonderdeel). De individuele opnames bevatten extra informatie zoals titel van de masterproef en begeleider.
  • Opleidingsprogramma: (ook hoofdmodule genoemd) concrete realisatie van de inhoud van een (afstudeerrichting van) een opleiding, bestaat uit diverse lijsten (modules) van opleidingsonderdelen.

P

  • PHP: Vrije Software script taal om dynamische HTML-pagina's te maken. Minerva is geschreven in deze scripting taal.
  • Programmacode: identificatie van een opleidingsprogramma (bv. ABWYSB v5 of EMCOMPIC v1): deze code bestaat uit een samenstelling van faculteit (1 letter) + aard opleiding (1 letter) + opleiding (4 letters) + afstudeerrichting (2 letters, optioneel) + versienummer (verhoogt bij programmawijziging). De faculteitletters zijn hieronder opgelijst:
    • A Letteren en Wijsbegeerte
    • B Rechtsgeleerdheid
    • C Wetenschappen
    • D Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen
    • E Ingenieurswetenschappen
    • F Economie en Bedrijfskunde
    • G Diergeneeskunde
    • H Psychologie en Pedagogische Wetenschappen
    • I Bio-ingenieurwetenschappen
    • J Farmaceutische Wetenschappen
    • K Politieke en Sociale Wetenschappen
    • X Doctoral schools
    • Z Enkel in Minerva: voor Centrale Administratie

Q

R

S

  • Studiefiche: beschrijft een aantal essentiële kenmerken van een cursus (cfr. ECTS-fiche).

T

U

V

  • Vrije software: veelgebruikte Nederlandstalige vertaling van de internationaal gebruikte termen Free Software en Open Source Software.

W

  • WYSIWYG: afkorting van What You See Is What You Get". Een programma wordt WYSIWYG genoemd indien wat afgedrukt wordt op papier precies hetzelfde is als wat de gebruiker op voorhand in het programma op het scherm te zien kreeg.
  • Wifi: draadloze internetverbinding

X

Y

Z

  • ZIP: een gecomprimeerd bestand